| |
Simeon en Levi zijn altijd samen, zij beramen niets dan geweld.
Als dan degene die aan het offeren was antwoordde: ‘Wacht tenminste tot er rook van het vet komt, dan kunt u nemen wat u hebben wilt,’ zei de knecht: ‘Geef op! Anders neem ik het met geweld!’
God, mijn steenrots, bij u kan ik schuilen, mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht, mijn toevlucht, mijn redder, u redt mij van het geweld.
schudde mijn vijanden van mij af, verhief mij boven mijn tegenstanders, ontrukte mij aan mannen van geweld.
Nadat Jechizkia met deze maatregelen de HEER trouw had bewezen, viel koning Sanherib van Assyrië Juda binnen en belegerde de versterkte steden, ervan overtuigd dat hij ze met geweld zou kunnen innemen.
Toen het afschrift van het schrijven van koning Artaxerxes was voorgelezen aan Rechum, aan de hofschrijver Simsai en aan hun ambtgenoten, gingen zij zo snel mogelijk naar de Judeeërs in Jeruzalem, en met geweld dwongen zij hen de werkzaamheden te staken.
Vanaf de dagen van onze voorouders tot aan deze dag zijn wij zeer schuldig tegenover u, en vanwege onze zonden zijn wij, onze koningen, onze priesters, overgeleverd aan de macht van de koningen van andere landen, aan geweld, aan gevangenschap, aan plundering, en aan openlijke schande, zoals nu.
Voor de gesel van de tong ben je veilig, bij naderend geweld zul je niet bang zijn.
Met honger en geweld kun je spotten, de wilde dieren van de aarde hoef je niet te vrezen.
al kleeft aan mijn handen geen geweld, al zijn mijn gebeden zuiver.
Hij rukt met geweld aan mijn kleed, omklemt mij met de kraag van mijn mantel.
De mensen, vertrapt als ze worden, klagen hun nood; ze schreeuwen om hulp tegen het geweld van de machtigen.
Het onheil keert zich tegen hem, het geweld komt neer op zijn eigen hoofd.
Zijn mond vloekt en liegt, dreigt met geweld, zijn tong brengt misdaad en onrecht voort.
De HEER keurt rechtvaardigen en zondaars. Wie het geweld liefhebben, haat hij.
Zwakken en armen zuchten onder het geweld – ‘Om hen sta ik op,’ zegt de HEER, ‘ik breng de redding die zij verlangen.’
Hoe de mensen ook leven, ik houd mij aan het woord van uw lippen. De weg van roof en geweld heb ik altijd gemeden,
voor de goddelozen die mij geweld aandoen, voor de vijanden die mij naar het leven staan.
bevrijdde mij van mijn vijanden, verhief mij boven mijn tegenstanders, ontrukte mij aan mannen van geweld.
lever mij niet uit aan mijn belagers. Valse getuigen staan tegen mij op en dreigen met geweld.
|
|
Strijd dus op Gods weg ? jij wordt slechts voor jezelf aansprakelijk gesteld ? en spoor de gelovigen aan. Misschien dat God het geweld van hen die ongelovig zijn zal afwenden. Gods geweld is groter en Zijn strafvoltrekking is strenger.
Hadden zij zich dan niet, toen Ons geweld tot hen kwam, kunnen vernederen. Maar hun harten verhardden zich en de satan maakte wat zij deden aantrekkelijk voor hen.
Zeg: "Hij is het die de macht heeft om van boven vandaan of van onder jullie voeten vandaan een bestraffing tot jullie te zenden of jullie in [verschillende] groeperingen in de war te brengen en elkaars geweld te laten proeven." Kijk hoe Wij de tekenen afwisselen. Misschien zullen zij begrijpen.
Als zij jou dan van leugens betichten zeg dan: "Jullie Heer is vol alomvattende barmhartigheid maar Zijn geweld kan niet worden afgewend van de misdadige mensen."
De aanhangers van het veelgodendom zullen zeggen: "Als God gewild had hadden wij geen metgezellen [aan Hem] toegevoegd en onze vaderen ook niet en dan hadden wij ook niets verboden." Zo hebben zij hen die er voor jouw tijd waren ook van leugens beticht totdat zij Ons geweld proefden. Zeg: "Is er bij jullie kennis? Komt er dan voor ons mee voor de dag. Jullie volgen alleen maar vermoedens en jullie gissen slechts."
En hoeveel steden hebben Wij al niet vernietigd. Dan kwam Ons geweld over hen, ?s nachts of tijdens hun middagslaap.
En zij konden, wanneer Ons geweld over hen kwam, slechts roepen: "Wij hebben onrecht gedaan."
Wanen de inwoners van de steden zich er veilig voor dat Ons geweld ?s nachts over hen komt terwijl zij slapen?
En wanen de inwoners van de steden zich er veilig voor dat Ons geweld op klaarlichte dag over hen komt terwijl zij schertsen?
En wanneer dan de gezanten geen hoop meer hadden en zij vermoedden dat er tegen hen gelogen was, dan kwam Onze hulp tot hen en dan werden wie Wij wilden gered. Maar Ons geweld kan niet worden afgewend van de misdadige mensen.
En wanneer de aanzegging van de eerste van beide uitkomt, dan zenden Wij tot jullie dienaren van Ons, mensen die hevig geweld uitoefenen. Zij dringen dan in de woningen door. Het is een aanzegging die wordt uitgevoerd.
[een boek] dat juist is, om de mensen te waarschuwen voor een hevig geweld dat van Hem komt en om aan de gelovigen die de deugdelijke daden doen het goede nieuws te verkondigen dat er voor hen een goed loon is ?
Wat het schip betreft, dat was van arme mensen die op zee werken en ik wenste het te beschadigen. Hun stond namelijk een koning te wachten die elk schip met geweld nam.
Wanneer zij dan Ons geweld voelden renden zij eruit weg.
Zij zeiden: "Wij bezitten een strijdmacht en kunnen hevig geweld uitoefenen, maar de beschikking is aan jou. Kijk maar wat je wilt bevelen."
Mijn volk! Heden hebben jullie de heerschappij, jullie hebben de overhand in het land, maar wie zal ons helpen tegen Gods geweld als dat tot ons komt?" Fir'aun zei: "Ik maak jullie er slechts opmerkzaam op hoe ik het zie en ik wijs jullie slechts de weg van de rechtschapenheid."
En toen zij Ons geweld zagen zeiden zij: "Wij geloven in God alleen en wij hechten geen geloof aan wat wij aan Hem als metgezellen toegevoegd hebben."
Maar zij hadden geen nut van hun geloof toen zij Ons geweld zagen. Het was Gods gebruikelijke behandeling die reeds eerder te midden van Zijn dienaren had plaatsgevonden. Daar hadden de ongelovigen dus verloren.
Op de dag dat Wij met groot geweld toeslaan zullen Wij zeker wraaknemen.
Hij had hen voor Ons geweld gewaarschuwd, maar zij twijfelden aan de waarschuwingen.
|